Preventie

Wet Regulering Prostitutie

2011-2-201000px
Belangrijkste veranderingen en effecten op volksgezondheid

In mei is het voorstel tot de ‘Wet regulering prostitutie en bestrijding misstanden seksbranche’ ingediend voor plenaire behandeling in de Tweede Kamer. Het wetsvoorstel voorziet in een verplicht vergunningenstelsel voor gemeenten, dat betrekking heeft op alle seksbedrijven. Verder zal volgens dit wetsvoorstel de zelfstandig werkende prostituee zich moeten registreren en wordt de klant van illegaal aanbod van prostitutie strafbaar gesteld. Dit artikel biedt een beknopt overzicht van het wetsvoorstel en de mogelijke effecten op de volksgezondheid.

Prostitutiebeleid werd tot op heden grotendeels vastgesteld door plaatselijke overheden. De grote lokale verschillen en het vermoeden van veel in de branche heersende misstanden hebben in 2008 geleid tot een voorstel om een kaderwet te maken. Na verschillende consultatierondes en gesprekken met politici, is medio 2010 de naam van het wetsvoorstel veranderd in ‘Wet Regulering Prostitutie en bestrijding misstanden in de seksbranche’. Dit voorstel is voornamelijk gericht op de bestaande legale branche, door alle vormen van prostitutie onder een vorm van regulering te brengen; op bestrijding van misstanden en uitbuiting in de seksindustrie wordt echter nauwelijks ingegaan.

De belangrijkste veranderingen die de nieuwe wet beoogt zijn:

  1. Verplichte registratie voor alle prostituees. Prostituees kunnen zich laten registreren, tegen betaling, in verschillende regiokantoren. De minister heeft wel de gekoppelde ‘peespas’ verworpen. De registratie is drie jaar geldig en kan tussentijds ongedaan worden gemaakt.
  2. Bij dit registratiemoment komt een verplicht intakegesprek om informatie en voorlichting te geven. Eventuele signalen van slachtofferschap worden hierin opgevangen en doorgegeven aan de politie.
  3. Klanten worden strafbaar gesteld als zij gebruik maken van de seksuele diensten van een niet-geregistreerde prostituee. Hoe controleert de klant registratie? Door voorafgaand een speciaal nummer te bellen en de registratiegegevens van de prostituee door te geven. Ongeregistreerd werken als prostituee is strafbaar.
  4. Uniformering van de vergunningsvoorwaarden. Er komt een uniform stelsel voor vergunningen, ook voor de escortbranche. De vergunning geldt voor alle seksbedrijven. Daaronder verstaat de wetgever alle bedrijven die ‘bedrijfsmatig gelegenheid geven tot prostitutie of het verrichten van seksuele handelingen voor een ander tegen betaling, of het bedrijfsmatig aanbieden van vertoningen van erotisch-pornografische aard in een seksinrichting tegen betaling, zoals bijvoorbeeld bij seksbioscopen en peepshows.
  5. Zelfstandige prostituees die vanuit huis werken moeten een vergunning aanvragen. Per gemeente kunnen de richtlijnen hiervoor verschillen.
  6. Gemeenten kunnen kiezen voor een ‘nuloptiebeleid’, hetgeen inhoudt dat ze op lokaal niveau, onder bepaalde voorwaarden, een bordeelverbod kunnen invoeren.
  7. De leeftijd om te mogen werken wordt verhoogd naar 21 jaar. Gemeenten krijgen hierbij ook meer vrijheid; in sommige gemeenten wordt overwogen om de leeftijd naar 23 jaar te verhogen.

Draagt verdergaande regulering van prostitutie bij aan de oplossing van (volksgezondheid)problemen die gepaard gaan met prostitutie? 

Voordelen De nieuwe regelgeving biedt zeker voordelen ten opzichte van de huidige situatie. Ten eerste is er het verplichte contactmoment tussen gemeenteambtenaar en prostituee.
De prostituee kan dan informatie ontvangen over onder andere veilig werken en de aanwezigheid van een soa-poli in de desbetreffende gemeente. Er gaan stemmen op om dit verplichte contactmoment bij de GGD te laten plaatsvinden. Hierbij rijst wel meteen de vraag of het wenselijk is dat zo’n ‘intakegesprek’ plaatsvindt bij de GGD. Komt de vertrouwensrelatie tussen GGD en prostituees in het gedrang of versterkt het die juist?
Ook gaat de nieuwe wet landelijk regelen dat veldwerkers van de GGD altijd toegang krijgen tot clubs en bordelen. Doordat er regelgeving en vergunningenkaders voor de escortbranche komen, is het mogelijk dat ook hier meer prostituees bereikt zullen worden.

Volksgezondheidsproblemen De wet kan echter ook problemen voor de volksgezondheid veroorzaken. Als prostituees zich niet laten registreren belanden zij in de illegaliteit en plegen ze met hun werk strafbare feiten. Zij zijn dan niet meer bereikbaar voor voorlichting en veldwerk. Hun werkwijze zal waarschijnlijk onveiliger worden en het risico op misbruik en uitbuiting wordt groter. Deze prostituees lopen een groter risico op dwang tot handelingen die zij niet willen of onveilige seks. Uit angst ‘ontmaskerd’ te worden als prostituee gaan ze mogelijk minder snel naar een huisarts of soa-poli, zeker als hun verblijfsstatus onzeker is. Gevolg is dat zij doorwerken met een soa en meerdere klanten kunnen besmetten.

Soa-risico’s – hoge hiv-prevalentie en inconsistent condoomgebruik De belangrijkste bedreigingen voor de volksgezondheid die gepaard gaan met prostitutie zijn natuurlijk soa’s, waaronder ook hepatitis-B en hiv-infectie. Relatief recente cijfers laten zien dat die ook in Nederland een probleem vormen. Het meest recente hiv survey van het RIVM onder risicogroepen in Amsterdam (2003) liet zien dat ongeveer 7% van de prostituees hiv heeft en dat ongeveer 10% niet consequent condooms gebruikt.
Dit hoge hiv-prevalentiecijfer vraagt wel enige nuancering. Het onderzoek vond toen onder andere plaats op de Theemsweg, een – inmiddels gesloten – tippelzone, waar relatief veel druggebruikende vrouwen werkten. Twee jaar later, in 2005 constateerden Van Veen e.a. in een cross-sectioneel onderzoek een prevalentie van 5,7% onder prostituees en transgenders.

Belangrijke andere resultaten van deze studie waren:
bijna driekwart (74%) kende de eigen hiv-status niet; 81% van de prostituees gebruikte consistent een condoom met cliënten, maar tegelijkertijd rapporteerde 39% regelmatig condoomfalen.
Het laatste half jaar zijn in subgroepen prostituees gescreend. Zij zijn werkzaam in het illegale circuit; de hiv-prevalentie binnen deze groepen is schrikbarend hoog. Officiële gegevens zijn echter nog niet bekend gemaakt.
Het prevalentie-cijfer van hiv in beide onderzoeken is weliswaar hoog vergeleken met de rest van de Nederlandse bevolking (prevalentie 0,3%), maar hoeft toch geen directe bedreiging te zijn voor de volksgezondheid, mits er consistent een condoom wordt gebruikt wordt.
Dit is echter niet het geval. In 2003 gebruikt 10% van de klanten niet consistent een condoom. In 2010 is dit getal misschien nog hoger. Recent onderzoek van de Universiteit Brussel toont aan dat ongeveer een op de drie prostituees in Nederland en België wel eens onveilige seks heeft. Met name orale seks gebeurt vaak onveilig. De prijs die klanten betalen voor onveilige seks ligt boven dien 38% hoger dan wanneer er wel een condoom wordt gebruikt. Dit is wel degelijk een volksgezondheidsrisico. In ontwikkelde landen staat onveilige seks in de top tien van meest riskante risicofactoren voor ziekte, beperking/handicap of dood.

Moeilijke bereikbaarheid Het bereiken van de doelgroepen blijft lastig. Soa Aids Nederland onderzocht in maart 2010 hoeveel prostituees er door GGD’en in Nederland bereikt worden. Over 2009 was er sprake van 6.185 gerapporteerde individuele contacten tussen een GGD-medewerker en een prostituee (niet alle GGD’en rapporteerden). Dit betekent dat slechts één op de vijf prostituees bereikt wordt.
In het illegale, bijna niet zichtbare circuit, vindt praktisch geen gezondheidsvoorlichting plaats. De prostituee is vrijwel niet bereikbaar voor hulpverleners en welzijnswerkers. Veldwerk in de illegale sector vindt ook nauwelijks plaats. Ten eerste omdat deze sector niet zo eenvoudig te vinden is als de legale sector. Ten tweede, mocht een illegaal bedrijf in beeld zijn, dan is de veiligheid van de veldwerker in het geding en staat deze voor het dilemma: deze misstanden wel of niet melden bij de politie. Bovendien is het erg moeilijk om met illegaal werkende prostituees in contact te komen, deels omdat zij zich niet als prostituee presenteren, maar ook omdat zij hun eigen identiteit willen beschermen.
Een ander probleem is dat veldwerkers het ingewikkeld vinden om prostituees die gedwongen werken over veilig werken voor te lichten, terwijl ze zich helemaal niet in die situatie zouden moeten bevinden. De vraag is ook in hoeverre zij voor zulke voorlichting ontvankelijk zouden zijn als zij tegen hun zin werkzaam zijn.

Verschuiving naar illegaliteit Prostitutie is een kwetsbaar beroep. Geestelijk en lichamelijk zwaar, met extra gezondheidsrisico’s en er rust een groot sociaal stigma op. Uitbuiting en misbruik liggen op de loer. Bij de invoering van de nieuwe wet zullen veel vrouwen er de voorkeur aan geven om het illegale circuit in te gaan en strafbaar te opereren boven een officiële, ambtelijke erkenning als legaal werkend prostituee. Er zal dus een – nu al merkbare – verschuiving gaan optreden. Met nu reeds 39% van de vrouwen die condoomfalen rapporteert, is de kans daarop in het illegale circuit des te groter door mindere werkomstandigheden.

Omgekeerd effect Er bestaat een kans dat de wet het tegengestelde zal bewerkstelligen van wat zij beoogt. Degenen die nu nog in beeld zijn door veldwerkactiviteiten gaan straks ‘ondergronds’. En eventuele slachtoffers van mensenhandel werken geregistreerd met op het oog een legale dekmantel. Het wetsvoorstel laat mensenhandel teveel ongemoeid en richt zich op het doorreguleren van een sector die al in beeld is.